Ik wil meedoen. Maar als wie?

Wie ben ik met carnaval

Mijn vriendin appte gisteravond. "Ik weet het nog steeds niet. Ga jij?"

Het is niet de eerste keer. Elk jaar hetzelfde. Ze wil wel. Ze voelt de druk. Maar ergens zit er ook twijfel. Wat als het niet leuk is? Wat als ik me de hele avond geforceerd sta te vermaken? En dan laat ze het weer gaan. En dan voelt ze zich rot omdat iedereen wél gegaan is.

Ik snap het. Echt. Want ik zit er zelf ook midden in. Alleen bij mij is het geen twijfel over meedoen, ik ben ermee opgegroeid, ik houd ervan, maar onzekerheid over hoe ik mee moet doen. Want carnaval vraagt iets van je. Het vraagt ruimte. Energie. Loslaten. En die dingen? Die zijn niet oneindig.

De geschiedenis van het losbarsten

Carnaval is oud. Ouder dan de meeste tradities die we nog vieren. In de Middeleeuwen was het dé periode waarin alles wat normaal verboden was even mocht. De narren, de gekken, de randfiguren, zij kregen een podium. De gewone burger mocht koning spelen. De arme kon de rijke bespotten. Alles werd omgedraaid.

Het was een uitlaatklep. Een moment waarop de spanning van het hele jaar eruit kon. En daarna? Vasten. Bezinning. Stilte. Het ritme van uitzinnigheid en inkeer.

De druk begint al in januari

Het is bijna februari. Carnaval komt eraan. En ik merk dat mijn hoofd al op volle toeren draait.

Het kostuum. Moet weer iets bijzonders zijn. Iets waar ik trots op kan zijn, waar anderen naar kijken en denken: gaaf. Maar waar haal ik de tijd vandaan? Tussen werk, de kinderen, de boodschappen, de was die zich ophoopt? En dan is er ook nog de vraag: ga ik voor grappig? Sexy? Origineel? Wat past bij mij dit jaar?

En de agenda. Carnavalsborrels beginnen al weken van tevoren. Collega's die vragen: "Ben je er vrijdag?" Vrienden die plannen maken. Whatsappgroepen die ontploffen met berichten over wie, wat, waar. En ik wil erbij zijn. Echt. Maar hoe combineer ik dat met werk? Met de kinderen die ook aandacht nodig hebben? Met het feit dat ik eigenlijk ook gewoon een keer vroeg in bed wil liggen?

De rollen die ik moet spelen

Ik ben moeder. Ik ben baas. Ik ben ondernemer. Ik ben iemand die gezond wil leven—of dat in ieder geval probeert. Ik ben levensgenieter. Of dat zou ik willen zijn.

Maar carnaval vraagt: wie ben je nu?

Als moeder zou ik overdag met de kinderen naar de optocht moeten. Schmink op hun gezicht, zelf iets leuks aan, foto's maken, warme chocomel. De leuke moeder zijn. En dat wil ik ook. Echt waar. Maar tegelijkertijd denk ik: en wanneer ben ík dan aan de beurt?

Want 's avonds zou ik los willen. Zonder kinderen. Gewoon met vrienden. Dansen, drinken, lachen tot mijn kaken zeer doen. Helemaal opgaan in de menigte. Onherkenbaar gek doen, zoals vroeger. Zoals het ooit bedoeld was.

Maar als ondernemer, als baas, heb ik ook verantwoordelijkheid. Maandagochtend begint gewoon weer. Klanten, deadlines, afspraken. Kan ik het me permitteren om zondag compleet kapot op de bank te hangen? Mag ik die ruimte nemen?

En dan is er ook nog die stem in mijn hoofd die zegt: je zou gezonder moeten leven. Minder alcohol. Meer slapen. Beter voor jezelf zorgen. En carnaval? Dat is het tegenovergestelde daarvan.

Grenzen houden, maar welke?

Ik ben niet goed in grenzen. Echt niet. Ik zeg ja als ik nee bedoel. Ik blijf langer dan ik wil. Ik drink meer dan ik van plan was. Ik laat me meeslepen omdat ik niemand wil teleurstellen, maar vooral omdat ik bang ben iets te missen.

Carnaval maakt dat erger. Want alles gebeurt tegelijk. Iedereen wil iets van je. En jij wilt overal zijn, alles doen, niks missen. Maar dat kan niet. Dat moet niet eens.

Maar hoe kies je? Hoe zeg je tegen je collega's: "Ik sla die borrel over"? Hoe zeg je tegen je kinderen: "Mama gaat vanavond uit"? Hoe zeg je tegen jezelf: "Dit is genoeg, je hoeft niet méér"?

Ik weet het niet. En dat maakt me onzeker. Want ik wil het goed doen. Alle rollen. Maar misschien is dat het probleem, dat ik denk dat het allemaal perfect moet.

Vroeger was het makkelijker

Toen ik opgroeide met carnaval was het simpel. Je trok iets geks aan en je ging de straat op. Geen schema. Geen verantwoordelijkheden. Gewoon gaan. En als je moe was, ging je naar huis. Of juist niet. Mijn ouders lieten me. De wereld voelde oneindig.

Nu voel ik de gewichten. Van tijd. Van verwachtingen. Van de verschillende versies van mezelf die allemaal aandacht vragen.

En toch, juist omdat ik ermee ben opgegroeid, kan ik het niet loslaten. Carnaval zit in me. Die muziek. Die vrijheid. Dat gevoel van samen opgaan in iets groters. Ik wil het niet opgeven. Maar ik weet ook niet hoe ik het een plek moet geven in mijn leven zoals het nu is.

Mijn vriendin en ik

Mijn vriendin twijfelt omdat ze bang is dat het plezier er niet is. Dat ze erheen gaat en zich opgesloten voelt. Dat ze meedoet omdat het moet, niet omdat het klikt.

Ik begrijp haar angst. Want ik voel iets soortgelijks. Alleen voor mij is het niet de angst dat het niet leuk is, ik weet dat het leuk kan zijn. Mijn angst is: kan ik het aan? En als ik het wel doe, welke versie van mezelf laat ik dan thuis?

Ze zit aan de buitenkant en vraagt zich af of ze erin moet stappen. Ik zit erin en vraag me af hoe ik overal tegelijk kan zijn.

En ergens denk ik: misschien moeten we allebei stoppen met proberen het perfect te doen.

Hoe handel ik dit?

Ik weet het nog steeds niet helemaal. Maar ik denk dat het begint met eerlijkheid. Naar mezelf. Naar de mensen om me heen.

Misschien betekent dat zeggen: "Ik doe vrijdag wel mee, maar zaterdag niet." Misschien betekent het zeggen: "Ik ga wel naar de optocht, maar 's avonds heb ik tijd voor mezelf nodig." Misschien betekent het accepteren dat ik niet alle rollen tegelijk kan spelen en dat dat oké is.

En misschien betekent het ook gewoon: improviseren. Kijken hoe het voelt. Niet alles van tevoren plannen. Mezelf toestaan om te veranderen van gedachten. Om ja te zeggen. Of nee. Of "misschien".

Want carnaval gaat over vrijheid. Over jezelf verliezen. Over loslaten.

Maar misschien is de grootste vrijheid wel: kiezen wat bij jou past. En niet bij wie jij denkt te moeten zijn.

 

Het kostuum? Komt wel. De borrels? Ik zie wel. De kinderen? Krijgen hun moment. En ik? Ik neem die avond voor mezelf. Of niet. Ik beslis het als het zover is.

En aan mijn vriendin? Ik app: "Doe waar je je goed bij voelt. We zien elkaar wel, wanneer dan ook."

Dat is genoeg.

© 2026 Even met Eva, Powered by Shopify

  • Apple Pay
  • Google Pay
  • iDEAL Wero
  • Maestro
  • Mastercard
  • PayPal
  • Visa