Scheurtjes

Scheurtjes

Het is mei en het is koud.

Ik loop buiten met mijn handen diep in mijn jaszakken en denk alleen maar aan het geluk dat we afgelopen weekend nét op tijd hadden. Mijn zoon werd bijna twee. Officieel pas volgende week, maar omdat we dan naar Marbella vliegen, vierden we het eerder. En precies die twee dagen gebeurde het: de zon scheen, het was vijfentwintig graden, iedereen vrolijk, iedereen ontspannen. Het feest kon naar buiten. Kinderen renden over het gras, glazen werden gevuld, zonnebrillen kwamen tevoorschijn alsof we collectief vergeten waren dat het überhaupt nog bestond.

Twee dagen geluk. Twee dagen zomer in Nederland.

En daarna weer grijs.

Sommige mensen lijken dat geluk structureel mis te lopen. Niet omdat ze zelf somber zijn — integendeel — maar alsof het universum gewoon een persoonlijke hekel aan hun vakantieplanning heeft.

Mijn nicht bijvoorbeeld. Zij en haar man gingen naar Sevilla om hun jubileum te vieren. Sevilla. Een stad waar het normaal gesproken ongeveer driehonderdzestig dagen per jaar zonnig is. Nog voordat klimaatverandering ervoor zorgde dat de stad tegenwoordig vaker in het nieuws komt vanwege overstromingen dan vanwege tapas op zonnige pleinen.

Maar goed, zij kwamen daar aan. Vol verwachting. Kinderen thuisgelaten. Romantiek ingepland. Koffers uitgepakt.

En toen begon het te regenen.

Niet zomaar regen. Nee, zo’n regen die direct duidelijk maakt: jullie gaan hier niks romantisch meemaken. Zesentachtig uur onafgebroken ellende. Ze waren praktisch gedwongen om vanaf aankomst in een Spaanse bar te gaan zitten en zichzelf langzaam te verdoven met wijn. Goedkope wijn eerst, dure wijn later, want na een bepaald punt maakt prijs niets meer uit.

Om zeven uur ’s avonds lagen ze stomdronken in hun hotelkamer te slapen.

Om drie uur ’s nachts werden ze wakker van elkaars gesnurk.

Of eigenlijk: eerst de één. Die lag uren naar het plafond te staren. Daarna de ander. Die keek naar een compleet ingevouwen gezicht op het kussen, met een beetje kwijl uit een mondhoek, en dacht waarschijnlijk alleen maar: waar blijft de tijd?

Het zijn ook precies die mensen die ooit een huis hadden in Kroatië. Daar regent het in principe nooit. Behalve als zij er zijn.

Of die keer in Thailand, jaren geleden. In een tuktuk met koffers opgestapeld tot aan het dak, hun dochter ertussen gepropt en volgens mij ook nog een hond van de chauffeur op schoot, terwijl ze door een tropische storm scheurden omdat ze bijna hun vlucht hadden gemist.

Uiteraard nadat het ook daar drie weken had geregend.

Omdat ze nét iets te lang aan het zwembad waren blijven hangen. Met een drankje.

Altijd dat drankje.

Maar goed, dat zijn de grappige verhalen. Daar lachen we om op verjaardagen. Dat is materiaal voor boeken. Van die familieanekdotes die steeds beter worden naarmate ze vaker verteld worden.

De treurigere varianten zitten ergens anders.

Zoals die vriendin die met mij op op wintersport ging “voor een beetje zon”, om vervolgens volledig bedolven te worden onder een week poedersneeuw en nu serieus licht getraumatiseerd is door skiweersvoorspellingen.

Of mijn vriendin met haar exotische achtergrond en haar half-Franse, knappe man. Zij zag het al helemaal voor zich: een prachtig getint kindje met donkere krullen en Mediterrane ogen.

Maar naast dat het altijd regent als zij op vakantie gaat, kreeg ze dus een zoon die witter is dan ik. Blonde haren. Lichte ogen.

Ook dat kan blijkbaar gewoon.

Maar goed.

Het ging eigenlijk over scheurtjes.

Want laatst kreeg ik de vraag of wij deze zomer nog op vakantie gaan.

“Hebben jullie al plannen?”

“Nee,” zei ik. “Eigenlijk nog niet.”

En pas toen zag ik het.

De blik van mijn ouders. Mijn schoonouders. Dat korte ongemak omdat ik geen helder antwoord gaf. Alsof er achter zo’n simpel vakantievraagje ineens iets anders schuilgaat.

Ik realiseerde me dat sommige vragen helemaal niet zo onschuldig voelen als ze bedoeld zijn.

Het bracht me meteen terug naar de periode dat iedereen vroeg wanneer we aan kinderen gingen beginnen.

Of eigenlijk: wanneer het eindelijk zou lukken.

“En?”
“Wanneer beginnen jullie?”
“Wanneer komt de volgende?”

Mensen stellen dat soort vragen alsof het over een keukenverbouwing gaat.

Alsof iedereen gewoon een planning heeft.

Maar sommige dingen zijn helemaal niemands zaken. Sommige onderwerpen zijn te groot, te pijnlijk of te ingewikkeld om tussen de kaasblokjes op een verjaardag uit te leggen.

En dat geldt dus blijkbaar ook voor vakantieplannen.

Want misschien hebben wij nog helemaal geen zomervakantie geboekt omdat het leven op dit moment gewoon iets minder vanzelfsprekend voelt.

Misschien wachten wij nog even.

Misschien is niet alles vrijwillig.

En misschien ontstaan scheurtjes precies daar:
in de momenten waarop mensen denken dat ze een luchtige vraag stellen.

© 2026 Even met Eva, Powered by Shopify

  • Apple Pay
  • Google Pay
  • iDEAL Wero
  • Maestro
  • Mastercard
  • PayPal
  • Visa